donderdag 10 juli 2014

Poolen met maffiosi in Albanië

Buiten is het 30 graden plus. We lopen via het Park Rinia naar het Taiwan Center, een groot complex nabij het uitgaanscentrum Blloku. We gaan direct de trap af met rechts een casino en links de plek om te bowlen, poolen en ook een aantal speltoestellen met schiet- en racegames.

Keus zijn er genoeg, maar het enige blauwe blokje krijt ligt bij een ander groepje die aan het poolen is. Er zijn vier tafels in totaal, dus blijkbaar is het hier eerst komt eerst maalt, wij malen er niet om in elk geval. Wel is het zweten geblazen, benauwd omdat er geen airco is. We spelen een paar potjes, totdat er een vader komt kijken met zijn kleine zoontje. Jan, de vriend met wie ik hier in Albanië ben, wil de jongen een keertje de keu laten tikken tegen de bal. De vader geeft aan dat dat niet nodig is. Wel blijkt even later aan het einde van het spel waarbij Jan heeft gewonnen dat de vader zelf graag een spel speelt tegen Jan. Hij biedt aan het potje te betalen, wij weigeren. Even later haalt hij twee biertjes voor ons.

We raken in gesprek, hij blijkt Italiaans. Komt uit het Zuiden, maar heeft een bed & breakfast in Milaan. Ook vertelt hij dat hij twee jaren in Amsterdam heeft gezeten. Wat deed je daar? 'buzsinezss'. Wij grappen tegen elkaar dat deze gast met zijn gouden ketting, tattoos, relaxte houding, kleine zoontje en schildpad B&B visitekaartjes waarschijnlijk bij de maffia hoort of hoorde.

Even later komt er een gast met een soort van kort geschoren hanenkam. Hij kijkt wat moeilijk en blijft beetje dichtbij om me heen hangen. Kijkt mee met het spel, leunt voorover en roept wat naar me. "Do you speak English?", vraag ik. Hij geeft aan van niet en gaat verder in het Albanees. "I don't understand, but he speaks Albanian, maybe he can help you", zeg ik al wijzende naar de Italiaan. Ineens reageert hij in het Engels: "Why do I need him?". "I don't know", zeg ik en denk vervolgens 'jij bent degene die allerlei dingen tegen me roept'. Hij gaat weer verder in het Albanees. Voor mij is het nu klaar en de beste remedie in dit soort gevallen is gewoon zelf in je eigen taal te gaan praten en hem verder te negeren. Ik roep dus iets in de trant van "gast, ik begrijp je niet, dus je kan blijven praten in het Albanees tegen me, maar daarmee schieten we niks op". Vervolgens ga ik in de 'ignore'-stand.

Jan speelt het poolepotje verbluffend, want ‘mister Italian’ is absoluut niet slecht.

De rare dude loopt eventjes weg, maar komt weer terug. De Italiaan kijkt hem doordringend aan en vraagt hem wat ie moet en nog wat kort gebrabbel volgt dat ik niet heb kunnen verstaan. De Italiaan vraagt aan Jan, waar verblijven jullie?
"Oh ergens in het centrum". Goed geantwoord, want we hebben namelijk afgesproken tegen niemand te zeggen welk hotel we exact verblijven uit voorzorg. De meesten zijn gewoon geïnteresseerd, maar we zien geen reden om het echte adres te geven aan een willekeurige 'stranger'. De Italiaan: "Ik kan jullie dadelijk wel even brengen". Jan: "Dat is niet nodig, lopend zijn we er zo." Italiaan: "Die gast heeft waarschijnlijk gewoon een paar biertjes teveel op, maar als die gast jullie lastigvalt, bel me, I know a lot of people, including police, ik regel het voor je".

Jan wint het potje en we houden het voor gezien die avond, met een mooie handshake richting vader en zoon lopen we terug naar ons hotel Nobel, vlakbij Skanderbeg Square. Hij vertelt me de laatste dialoog, we kijken elkaar aan en weten het nu zeker. Het kan niet anders dan dat hij maffiosi is, we lachen hard, het was een mooie avond!



Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen